Bedankt
Agenda
Waar naar toe

Grenskapel


De Grenskapel is opgericht in 1956 als Prinsenkapel van de carnavalsvereniging de Zoatmaale. De kapel luisterde alle festiviteiten  voor en tijdens de carnavalsdagen op met hun Egerländer, Tsjechische en later ook meer populaire muziek.  Tijdens de carnavalsdagen trok men met de raad van elf van café naar café. Na enkele jaren ging men ook optreden op kapellenfestivals, veelal in België, waarbij vooral Egerländer muziek werd gespeeld, eind jaren 80 werd er steeds meer overgegaan  op Tsjechische muziek.
In begin jaren negentig stopte diverse “oudere” leden en is de kapel op zoek gegaan naar nieuwe leden, waarbij ook steeds meer vrouwelijke leden in de picture kwamen. De kapel heeft diverse keren mee gedaan met de leedjesoavendj, en met het liedje Oos Joekskapelke behaalde ze zelfs een 2e plaats. Op de bonte avond werd er 2 keer meegedaan, en met de ideen van de jongere leden zal dit in de toekomst misschien nog wel eens gebeuren.De grenskapel bestaat tegenwoordig uit 16 leden, 7 dames en 9 heren, deze samenstelling zou in de beginjaren ondenkbaar zijn geweest. Sinds 2007 staat de kapel onder de inspirerende leiding van Frank Bovend'eerdt.

Tegenwoordig fungeert de Grenskapel tijdens het carnavalsseizoen nog altijd als Prinsenkapel, en luistert alle activiteiten van de Zoatmaale op, dit is ook terug te horen in het huidige repertoire van de kapel.
Het jaarlijkse hoogtepunt vindt plaats in het laatste weekend van september, dan gaat de kapel naar het wijnfeest in Brauneberg, Duitsland. Het afgelopen jaar was dit voor de 10de keer, op het wijnfeest wordt er gezellig muziek en veel plezier gemaakt tot in de kleine uurtjes. Omdat we naast het lichte repertoire ook nog steeds serieuze Egerländer en Tsjechische muziek maken worden de optredens in Duitsland zeer gewaardeerd en hebben ze een grote groep muziekliefhebbers die  tijdens de optredens de Grenskapel volgen door de straat van Brauneberg. Dit uitstapje naar Brauneberg laten de leden dan ook zeker niet voorbij gaan. De laatste jaren staat kapellenmuziek steeds meer onder druk, veel kapellen verdwijnen en er zijn ook weinig festivals. Ondanks dit treedt de kapel door het jaar een aantal keren op buiten de vaste activiteiten.

Vasteloavendj in Limburg.nl
De Limburger 14 febr. 2015

Met een fatsoenlijke bezetting fatsoenlijke muziek maken.
Dat is een van de basisregels van de Grenskapel uit Stramproy. Voor minder doen de muzikanten het niet. „Want het is natuurlijk wél de fanfare, hè...”

Mariëlle Gitmans, sopraansaxofoniste, maakt er weinig woorden aan vuil. Heel stellig: „Wij zijn geen kapel die met een man of wat loopt te knäöre, vier of vijf nummers op het repertoire, en dan café in, café uit.Wat wij willen, is met een fatsoenlijke bezetting fatsoenlijke muziek maken.Want we zijn en blijven natuurlijk wel van de fanfare, hè...”
De Grenskapel uit Stramproy wil de goede naam van haar ‘moederbedrijf’, fanfare Sint-Willibrordus, per se in ere houden. En dat betekent dat er onder alle carnavaleske vrolijkheid steeds een hechte basis van muzikale kwaliteit blijft liggen. „We doen het goed of we doen het niet.”
De kapel van Stramproy is een van de vele Limburgse joekskapellen, sjpaskapellen en zaate hermeniekes die geboren zijn uit de plaatselijke harmonie of fanfare. Logisch, want daar zit een groot reservoir van geschoold muzikaal talent waaruit het goed putten is. Muzikaal talent dat bij tijd en wijle ook wel eens iets anders wil dan het serieuze repertoire.

VOOR DE LOL
Fred Camp, trompettist van de kapel en secretaris van Sint-Willibrordus: „Hoe zo’n kapel ontstaat? Nou, de fanfare gaf ergens een concert, het was mooi weer en een paar muzikanten besloten na het concert op straat samen nog wat verder te gaan blazen. Gewoon voor de lol. Dat werd min of meer een vast groepje en zij werden op een gegeven moment gepolst door carnavalsvereniging de Zoatmaale: zou het niet leuk zijn als...” Zo simpel kan het zijn.
Dat was in 1956.

Het geboortejaar van de Grenskapel.



Een Grenskapel die eigenlijk niet echt joekskapel mocht heten. Het repertoire bestond in die beginjaren vooral uit Egerländer, later ook uit Tsjechische blaasmuziek. Peter Moonen - hij speelt euphonium (tenortuba) -: „We gingen naar kapellenfestivals, organiseerden er zelf ook, speelden tijdens het toeristenseizoen op terrassen, dat soort dingen. Carnavalsmuziek was iets ‘voor erbij’, die speelden we alleen maar in de vastelaoves-tijd.”
Maar dan ging het er ook serieus aan toe. De kapel luisterde zowat alle carnavalsfestiviteiten op voor en tijdens de drie dolle dagen, begeleidde de prins en zijn raad van elf van café naar café. Jack Palmen (bugel): „En onderschat dat niet, elf, twaalf, dertien cafés aflopen, en dat drie dagen achter elkaar... Dat is zwaar werk.” Hij mijmert even. Dan: „Maar tegenwoordig hebben we lang niet meer zoveel cafés.” Is het verbeelding of klinkt er wat spijt door in zijn stem? Het ging uitstekend met de Grenskapel. Tot er begin jaren ’90 plotseling een kink in de kabel kwam. Camp: „We hadden tot dat moment nog steeds een aardige mix van jongere en oudere leden. Maar in 1991/1992 is een hele lichting oudere muzikanten zowat van de ene dag op de andere gestopt.
Toen hadden we wel een probleem. Het wereldje van de blaaskapellen liep niet meer zo lekker als in de jaren daarvoor; het werd steeds moeilijker om jeugdige aanwas te krijgen.We zijn toen naar wat andere muziek gaan zoeken, eerst nog meer populair Tsjechisch repertoire, maar allengs ook ‘gewone’ feestmuziek.We gingen ook minder repeteren.
En uiteindelijk kwam het zwaartepunt toch steeds meer op de carnavalstijd en de carnavalsmuziek te liggen. Al blijven ook de wijnfeesten in Brauneberg in september op het programma staan. Dat is nog steeds erg plezierig, dus die houden we erin.”
Hoe is het anno 2015 met de Grenskapel?
Het gaat, oordeelt het gezelschap dat op een ijskoude donderdagavond wat vroeger naar het repetitielokaal van de fanfare is gekomen om over het wel en wee van hun kapel te filosoferen.
Het gaat...

TWIJFEL
Wie daarin lichte twijfel meent te bespeuren, heeft gelijk. Twijfel die te maken heeft, nog steeds, met de moeite die het kost om het aantal leden op peil te houden. Mariëlle Gitmans: „We hadden gehoopt dat de jeugd vanuit de fanfare naar de kapel zou komen. Dat is dus niet zo. Jongeren willen zich niet meer binden.
Meedoen in de kapel, dat is leuk voor een keer, maar het moet geen verplichting worden. Niet dat het echt rampzalig is.We hebben nu een groep van 25 muzikanten waaruit we kunnen putten. Als we uittrekken, zijn we met tien, twaalf man, soms iets meer. Voor de wijnfeesten is de animo erg hoog, voor carnaval soms wat minder... Dan hebben we wel eens moeite om de mensen bij elkaar te krijgen. En wat ik al zei: we willen wel met een fatsoenlijke bezetting fatsoenlijke muziek maken.”

ÉÉN DAG
In een poging het tij te keren, heeft de Grenskapel haar programma aangepast. Mariëlle Gitmans: „We hebben over het probleem gesproken met de carnavalsvereniging. Resultaat: er is besloten dat we tijdens de vastelaovend nog maar één dag actief zijn in plaats van drie.
Op z0ndag, als de grote optocht trekt, is het programma al zó vol dat ze ons daar echt niet bij nodig hebben.Wij hebben voor de dinsdag gekozen. Een dag met een speciaal tintje. Dan trekt de jeugdoptocht, daarna is er van alles te doen in de zaal en uiteindelijk worden de jeugdprins en ’s avonds ook de grote prins ‘uitgedragen’, letterlijk, op een ladder de zaal uit.
Daar zijn we zowat de hele dag bij. Dat is erg gezellig. En omdat het maar één dag is, krijg je de muzikanten ook gemakkelijker bij elkaar.
Dan hebben ze nog twee dagen voor zichzelf.
Zo hopen we ook weer wat jeugdleden over de streep te trekken.”

PIEKMOMENTEN
Het lijkt al met al een wat somber verhaal te worden. Maar zo mogen we het toch niet zien, bezweren de leden van de Grenskapel. Het is een reëel verhaal. Nuchter op z’n Stramproys.
Fred Camp: „We hebben het heilige moeten er een beetje van afgehaald.We zijn niet meer overal en altijd, kiezen onze piekmomenten.
En dan gaan we er ook helemaal voor.” De tijden veranderen nou eenmaal, zegt Mariëlle Gitmans. „Ik ben nog van de generatie die carnaval viert met alleen carnavalsmuziek.
De volgende generatie doet dat anders. En zo’n diskjockey, daar komen wij met onze muziek echt niet overheen.”
Haar persoonlijke doel, in zes woorden: ervoor zorgen dat de Grenskapel blijft bestaan.
Daar verzet ze, beamen ook de anderen, bergen voor.Waarom? „Als het wegvalt, is het weg en dan komt het nooit meer terug.
Dat zou toch doodzonde zijn?” De anderen knikken instemmend.
Stramproy is nog niet van de Grenskapel af.
Stramproy mag zich gelukkig prijzen.



 
Hoofdsponsor
Weert Groep
Jumbo Jansen - Puts
Dropbox
Ga naar Dropbox
Stuur je bestanden naar Dropbox
Social media
Like us
Bedankt
 

 

     
   
   
   
   
Powered by FraRo 2010-2018